Van de dichte bossen en heidevelden op de nabijgelegen Veluwe tot de oude Zuiderzeekust: Gelderland telt talloze iconen, maar slechts één vesting met een kaarsrecht dambordpatroon.
Op 1,5 uur rijden van Amsterdam ligt Hanzestad Elburg, een van de meest unieke stedenbouwkundige meesterwerken uit de middeleeuwen.
Achter de dubbele verdedigingsgracht en de Vischpoort schuilt een eeuwenoud raster vol zwerfsteenstoepen, stadsmuurhuizen en historische botters.
Een complete Hanzestad gebouwd in vier jaar tijd

Op 2 oktober 1392 gaf de hertog van Gelre zijn rentmeester Arent Thoe Boecop een bizarre opdracht: verplaats de complete Hanzestad Elburg. In een ongekend snel bouwtempo van amper vier jaar (1392–1396) verrees een gloednieuwe vesting op een mathematisch recht dambordpatroon.
Anders dan vaak gedacht was geen verwoestende stormvloed de aanleiding, maar puur winstoogmerk en efficiënte stadsplanning. Thoe Boecop ontwierp een strak rechthoekig stratennetwerk dat tot op de dag van vandaag de basis vormt van de historische binnenstad.
De 14e-eeuwse verdedigingswal die Elburg beschermde

Om de kersverse dambordstad te verdedigen, werd Elburg omringd door een zeldzaam dubbel grachtenstelsel. Tussen de binnen- en buitengracht lag een hoge verdedigingswal, waardoor de vesting vrijwel onneembaar werd voor vijandelijke troepen én beschermd bleef tegen het opstuipende water van de Zuiderzee.
De bekende Vischpoort was in die tijd nog geen open doorgang, maar een gesloten verdedigingstoren midden op de muur. Pas toen het militaire gevaar week, braken stadsbouwers de toren open voor een directe doorgang naar de visserijhaven. De indrukwekkende dubbele grachtstructuur bleef hierbij volledig bewaard.
De Grote Kerk die op de verkeerde plek belandde

In vrijwel elke middeleeuwse stad vormt het godshuis het absolute middelpunt. In Elburg schuilt de monumentale Sint-Nicolaaskerk daarentegen pal in de uiterste hoek tegen de stadsmuur. Door de razendsnelle bouw in amper vier jaar tijd dwongen geldgebrek en het strakke dambordraster de middeleeuwse bouwers om de kerk aan de rand neer te zetten.
In 1693 kreeg het gebouw opnieuw te maken met tegenslag toen de hoge torenspits door een blikseminslag afbrandde. Omdat herstel te duur bleek, behield de toren zijn opvallende, afgetopte silhouet.