Midden in de bossen van de Utrechtse Heuvelrug verrijst een van de vreemdste rijksmonumenten van ons land: de Pyramide van Austerlitz. In de herfst van 1804 stampten achttienduizend Franse soldaten dit bouwwerk in amper 27 dagen uit de grond. Wat begon als een anti-vervelingsproject voor het leger van Napoleon, werd een monument vol verrassende verhalen.
Hoe een Frans legerkamp in 27 dagen een piramide bouwde

In de herfst van 1804 streek generaal Auguste de Marmont neer op de heide bij Zeist om ‘Camp d’Utrecht’ te stichten. Hier smeed hij achttienduizend Franse en Bataafse soldaten om tot een geoliede vechtmachine, klaar voor een Britse invasie. Toen die dreiging uitbleef, sloeg de verveling toe onder de manschappen.
Om zijn leger scherp te houden en zijn bewondering voor Napoleon te tonen, bedacht De Marmont een opvallend project. Geïnspireerd op de Egyptische piramides die hij tijdens zijn eerdere veldtocht in Gizeh zag, zette hij zijn mannen aan het werk. Met enkel scheppen en kruiwagens wierpen de soldaten in exact 27 dagen een 36 meter hoge zandheuvel op, bekleed met graszoden en bekroond met een houten obelisk.
Koninklijke ego’s en een hardnekkige locatiefout

De trotse generaal De Marmont noemde de indrukwekkende zandheuvel oorspronkelijk naar zichzelf: de Marmontberg. Lang bleef die naam echter niet bestaan. In 1806 greep Lodewijk Napoleon, de kersverse koning van Holland, in. Ondanks felle protesten van De Marmont doopte hij het bouwwerk om tot de Pyramide van Austerlitz, als eerbetoon aan de glorieuze overwinning van zijn broer Napoleon in Moravië.
Tegelijkertijd ontstond er een hardnekkige geografische verwarring. Lodewijk vernoemde ook de nabijgelegen handelsnederzetting bij Zeist naar de veldslag. Hierdoor associëren veel mensen het monument automatisch met het dorp Austerlitz of Zeist. Fysiek staat de iconische piramide echter strak binnen de grenzen van de buurgemeente Woudenberg.
De strijd tegen de elementen: verzakkingen en een scheve obelisk

Na het vertrek van de Fransen raakte het zandmonument al snel in verval. De oorspronkelijke houten obelisk zakte scheef door weersinvloeden en werd in 1808 afgebroken. Pas in 1894 liet de burgemeester van Woudenberg de heuvel herstellen en plaatste hij de huidige stenen obelisk, die uiteindelijk óók scheef ging staan.
Rond het tweehonderdjarig bestaan in 2004 werd de piramide grootschalig gerestaureerd, maar het Nederlandse klimaat sloeg hard toe. Door extreme droogte en daaropvolgende wolkbreuken gleden complete grasvlakken naar beneden.
Uiteindelijk werd de zandheuvel gestabiliseerd door honderden horizontale palen van vier meter lang diep in de wanden te slaan. De scheve obelisk kreeg een fundering, maar werd bewust niet rechtgezet: als blijvend symbool van een stormachtige geschiedenis.