Verscholen achter schilderachtige grachten en eeuwenoude kasseien voelt de binnenstad van Delft als een stap terug in de tijd. Op nog geen 50 minuten van Amsterdam staat hier het Prinsenhof, een voormalig klooster dat op het eerste gezicht een en al rust uitstraalt.
Maar achter deze idyllische gevels vond in de zomer van 1584 een bloedige afrekening plaats die de natie schokte. Een koninklijk drama dat niet alleen het lot van het land hervormde, maar ook leidde tot een 440 jaar oude koninklijke traditie.
De moord die geschiedenis schreef

In de zomer van 1584 veranderde een rustig klooster in de beruchtste crime scene van Holland. Willem van Oranje had van het Sint-Agathaklooster, het huidige Prinsenhof, zijn hoofdkwartier gemaakt. Op 10 juli 1584 sloeg het noodlot toe toen Balthasar Gerards de prins van dichtbij neerschoot.
De drijfveer was een gigantische Spaanse beloning op het hoofd van de prins. Daarmee geldt deze daad wereldwijd als de allereerste politieke moord op een staatshoofd met een vuurwapen. De fatale schoten schokten de jonge republiek, maar legden onbedoeld de basis voor een eeuwenoude koninklijke traditie.
Waarom de koninklijke familie noodgedwongen in Delft belandde

Na de fatale schoten op Willem van Oranje stond het land voor een groot probleem. Volgens de familietraditie hoorde de prins namelijk te rusten in Breda, de historische stamstad van de Nassaus. In 1584 was Breda echter bezet door Spaanse troepen.
Delft was op dat moment een veilig ommuurde stad die de prins al onderdak bood. Noodgedwongen werd hij bijgezet in het koor van de Nieuwe Kerk op de Markt. Wat begon als een snelle uitwijkmogelijkheid vanwege de oorlog, veranderde in een dynastieke traditie die de koninklijke familie al ruim 440 jaar aan Delft verbindt.
De unieke uitzondering op de Nederlandse wet van 1829

Sinds 1829 geldt in Nederland een streng begraafverbod voor kerken. Vanwege de volksgezondheid en hygiëne werd het opsluiten van lichamen in kerkgebouwen landelijk verboden. Toch kent deze wetgeving één unieke uitzondering: de koninklijke crypten onder de Nieuwe Kerk in Delft.
Speciaal voor de Oranjes werd een wettelijke uitzondering vastgelegd. Waar gewone burgers buiten de stadsmuren moesten worden begraven, behield het koningshuis het recht op hun historische rustplaats. Daarmee is de kelder onder de Delftse Markt de enige plek in Nederland waar dit eeuwenoude gebruik tot op de dag van vandaag mag voortbestaan.