Landgoed Duinrell staat tegenwoordig bekend als het ultieme park voor een dagje uit met kinderen. Toch begon het terrein in 1682 als het streng afgeschermde buitenverblijf van de adellijke familie Van Zuylen van Nijevelt.Achter de moderne achtbanen en glijbanen schuilt een geschiedenis van grensverleggende experimenten, gesloopt erfgoed en een miljoenenstrop op de rails.
Het verdwenen kasteel op een adellijk landgoed

In 1682 verrees op het landgoed een imposant landhuis voor de adellijke familie Van Zuylen van Nijevelt. Eeuwenlang bleef het terrein een streng afgeschermd privédomein, waar de bewoners in alle rust woonden en het natuurschoon voor zichzelf hielden.
Dat veranderde abrupt op 19 april 1935. Graaf Philip van Zuylen van Nijevelt, destijds ook kamerheer van koningin Wilhelmina, besloot de poorten van het historische buitenverblijf open te stellen voor publiek.
Na het tragische overlijden van Philip in de meidagen van 1940 nam zijn zoon Hugo na de Tweede Wereldoorlog het stuur over. Ondanks fel verzet uit de buurt veranderde Hugo de adellijke buitenplaats stap voor stap in een drukbezocht attractiepark.
Om ruimte te maken voor nieuwe attracties viel in 1986 een drastisch besluit: het zeventiende-eeuwse hoofdgebouw werd gesloopt. Enkel het karakteristieke spitse torentje bleef gespaard en verhuisde als relict naar de Paardenstal op het terrein.
Skiën op dennennaalden en een achtbaan van twee miljoen

In de opbouwjaren van Duinrell schrok de leiding niet terug voor opmerkelijke experimenten. Vanaf 1936 streek de allereerste motocross van Nederland hier neer. Kort daarna verrees er een unieke skibaan waar bezoekers roetsjten over dennennaalden en piassaveborstels. Deze pioniersbaan bleef uiteindelijk tot 2005 bestaan.
Niet elk idee werd een succes. Het meest beruchte fiasco was de Batflyer uit 1997, een hangende achtbaan met karretjes in de vorm van vleermuizen. De techniek haperde voortdurend en de fabrikant ging failliet. Omdat de attractie nooit aan de strengste veiligheidseisen kon voldoen, ging hij voor bezoekers nooit één dag open. Het resultaat was een financiële strop van ruim twee miljoen gulden.
Van één overdekte glijbaan naar het grootste waterpark van de Benelux

Met de opening van het Tikibad in 1984 sloeg de directie een strategische meesterzet. Wat begon met enkele overdekte glijbanen groeide uit tot het grootste waterpark van de Benelux, met inmiddels 21 glijbanen en ruim anderhalve kilometer aan glijplezier. Deze overdekte uitbreiding maakte de locatie minder afhankelijk van het Nederlandse weer.
Parallel aan het waterpark bleef het attractiepark zelf op volle kracht uitbouwen. De toevoeging van moderne achtbanen, familieattracties en een omvangrijker vakantiepark veranderde het oude landgoed definitief in een volwaardig themapark. Het waterpark en het attractiepark versterkten elkaar, waardoor de historische locatie uitgroeide tot een van de best bezochte vrijetijdsdomeinen van het land.