Nederland staat vol met historische kastelen, diepe grachten en eeuwenoude verdedigingslinies. Maar midden in Leiden staat een wel heel bijzonder exemplaar. Achter de gevels van de binnenstad verrijst een duizend jaar oude kunstmatige heuvel op het punt waar twee armen van de Rijn samenvloeien. Bovenop vind je het oudste mottekasteel van ons land, waar inwoners ooit schuilden voor verwoestende aanvallen.
Het geheim van de handgemaakte kleiberg

In de negende en tiende eeuw lag de locatie van het huidige centrum van Leiden er nog moerassig bij. Precies op het strategische punt waar de Rijn, Mare en Vliet samenkomen, zwoegden middeleeuwers om een gigantische kunstmatige heuvel op te werpen. Met talloze lagen klei en aarde verhoogden zij het terrein in fases tot wel twaalf meter boven de omgeving.
Het complex begon bescheiden als de ‘Leitheriburch’: een met houten palen omheinde vluchtplek waar lokale boeren en hun vee dekking zochten bij gevaar. Rond het jaar 1000 verrees hier de eerste houten constructie. Pas in de twaalfde eeuw, onder graaf Dirk VI, maakte het hout plaats voor een zware tufstenen ringmuur.
Het middeleeuwse drama van 1203

In het voorjaar van 1203 veranderde de burcht in het toneel van een verwoestend machtsconflict. Toen de pas vijftienjarige Ada van Holland haar overleden vader opvolgde als gravin, accepteerde haar machtshongerige oom Willem dat besluit niet. De jonge gravin zocht wanhopig bescherming achter de dikke muren van de Leidse vesting.
Tijdens de bloedige Loonse Oorlog bestormden de troepen van haar oom het bouwwerk. De burcht werd ingenomen en Ada werd als gevangene afgevoerd naar Texel. De gevechten richtten grote verwoestingen aan. Met reusachtige rode bakstenen, de zogeheten kloostermoppen, herstelden de bewoners de gehavende muur. Rond 1275 liet graaf Floris V de ringmuur herbouwen tot de iconische stenen cirkel die er nu nog staat.
Bizarre belastingen en konijnen voor hoogleraren

In de zeventiende eeuw verloor het mottekasteel definitief zijn militaire functie. Omdat de burggraaf diep in de schulden zat, kocht de stad Leiden het bouwwerk in 1651 voor 70.000 gulden. De vesting veranderde in een stadsoase met een doolhof, fruitbomen en een hertenkamp.
Aan die groene invulling kleefden wel een paar uiterst merkwaardige regels. De pachter van het hertenkamp werd verplicht om jaarlijks een hert aan het stadsbestuur te leveren, plus twee koppels konijnen voor de Leidse hoogleraren. Minstens zo bizar was een belasting voor direct omwonenden. Zij betaalden vier eeuwen lang drie gulden per vijf jaar, puur omdat ze in 1653 stiekem een waterput in de kunstmatige heuvel hadden gegraven.
Gratis panorama over Leiden

Tegenwoordig wandel je via het sierlijke smeedijzeren hek uit 1653 gratis de heuvel op. Eenmaal boven sta je midden in de 35 meter brede ringburcht, waar de eeuwenoude weergang nog altijd intact is.
Kijk door de smalle schietgaten in de muren of klim naar de rand van de borstwering. Vanaf hier overzie je de daken van de historische binnenstad en zie je exact waar de rivierarmen samenkomen. Het is het perfecte startpunt voor een dagje Leiden.