Aan de buitenkant lijkt Oudezijds Voorburgwal 40 een doodgewoon Amsterdams grachtenpand. Toch schuilt achter deze gevel een van de best bewaarde geheimen van de hoofdstad. In 1663 bouwde kousenkoopman Jan Hartman hier stiekem een complete kerk over drie zolders, omdat het stadsbestuur openbare missen streng verbood.
Ruim 360 jaar later trekt het felroze Museum Ons’ Lieve Heer op Solder jaarlijks 100.000 bezoekers als op één na oudste museum van de stad. Maar hoe toverde Hartman midden in het drukke centrum drie zolders om tot een volwaardige kerkzaal, zonder dat iemand op straat ook maar iets merkte?
Drie zolders verbouwd tot één kerkzaal

Kousenkoopman Jan Hartman bedacht in 1661 een even brutaal als geniaal plan. Hij kocht het grachtenpand en brak op de bovenste verdiepingen meteen alle vloeren en tussenmuren weg. Vervolgens timmerde hij de zolders van zijn eigen woonhuis én twee achterliggende panden aan elkaar. Binnen verrees een complete verborgen kerkzaal met rijen houten banken en twee brede galerijen pal onder de dakspanten.
Aan de gevel liet Hartman bewust elk herkenbaar religieus teken weg. De honderden kerkgangers liepen nooit via de statige voordeur aan de gracht naar binnen. Ze slopen door de donkere Heintje Hoekssteeg en kozen een onopvallend smal zijdeurtje. Zo glipte een complete geloofsgemeenschap geruisloos naar zolder, terwijl het dagelijkse leven op straat gewoon doordraaide.
Gered van de sloophamer in 1887

Eeuwenlang klommen duizenden gelovigen naar de verborgen zolder, tot katholieken eind negentiende eeuw weer openlijk grote bedehuizen mochten bouwen. Met de opening van de kolossale Sint-Nicolaaskerk bij het pas gebouwde Centraal Station verloor de zolderruimte in 1887 in één klap haar nut. Het kerkbestuur zette het monumentale grachtenpand meteen op de markt, waardoor slopers en opkopers vrij spel kregen.
Een groep bezorgde Amsterdammers weigerde toe te kijken en stampte in allerijl Stichting De Amstelkring uit de grond. Ze kochten het pand op het allerlaatste moment zelf en gooiden in april 1888 de deuren open voor het grote publiek. Zo ontrukten deze burgers het heiligdom aan de sloophamer en gaven ze de hoofdstad het op één na oudste museum van Amsterdam.
Een levend heiligdom midden op de Wallen

Jaarlijks lopen honderdduizend bezoekers over de krakende houten trappen van het museum. Om de kwetsbare vloeren te ontlasten, bedacht de directie een ingenieuze ingreep. Bezoekers kopen hun entreekaartje in een modern pand aan de overkant en wandelen via een ondergrondse tunnel onder de Heintje Hoekssteeg geruisloos het monumentale grachtenhuis binnen.
Boven wacht een springlevend heiligdom. Elke eerste zondag van de maand vullen kerkgangers de roze houten banken voor de traditionele Soldermis. Zangers en priesters vullen de nok met gezang en gebed, precies zoals in 1663. Zo gaan een hedendaags museumbezoek en een eeuwenoude traditie in Museum Ons’ Lieve Heer op Solder naadloos hand in hand.