Op 19 juni 1996 opende de familie Van Eerd in Den Bosch een supermarkt die de markt moest opschudden. Met lage prijzen en een strakke servicestrategie legden ze daar het fundament voor de keten die we vandaag kennen.
De naam ‘Jumbo’ bestond op dat moment al zeventien jaar. In 1979 opende een echtpaar in Tilburg de allereerste winkel onder deze naam, waarna groothandel Van Eerd het merk kocht en klaarmakte voor een landelijke opmars.
De overnames van Super de Boer en C1000

Jarenlang bouwde Jumbo gestaag aan de weg, maar de echte schaalvergroting begon in 2009. De familie Van Eerd sloeg vriend en vijand door het aanzienlijk grotere Super de Boer over te nemen. In één klap drievoudigde het aantal winkels en kreeg de Brabantse formule voeten aan de grond in het hele land.
Drie jaar later volgde de definitieve meesterzet met de overname van C1000. Honderden vertrouwde rode gevels veranderden in sneltreinvaart in herkenbaar geel. Door deze miljardendeal schoot Jumbo door naar de tweede plek in het Nederlandse supermarktlandschap, direct achter marktleider Albert Heijn.
Live chefs en mega-supermarkten

Na de grote overnamegolven stoomde de supermarktketen op naar een landelijke dekking van ruim 700 filialen en zette het bedrijf zelfs de stap naar België. Om het groeiende leger klanten vast te houden, verschoof de focus van puur ‘boodschappen doen’ naar het creëren van een complete ervaring op de winkelvloer.
Met de lancering van het Foodmarkt-concept veranderde de keten de traditionele supermarkt in een heuse vershal. Live chefs bereiden er maaltijden ter plekke, geflankeerd door in-store bakkerijen en verse koffiebranderijen. Het absolute kroonjuweel staat in Breda bij het NAC-stadion: een gigantische flagshipstore van maar liefst 6.000 vierkante meter, de allergrootste supermarkt van Nederland.